In de begin jaren ’90 werkte ik als croupier in het kleine Golden Ten casino in Berg en Dal. Het was een rustige avond zoals gewoonlijk, totdat er plotseling een harde klap van de voordeur klonk. Ik keek verschrikt op en zag de loop van een wapen om de hoek verschijnen. Meteen realiseerde ik me dat er een overval gaande was.

In een reflex dook ik onder de roulettetafeltafel en hield mijn adem in. De adrenaline gierde door mijn aderen terwijl ik angstig afwachtte wat er zou gebeuren. Tot mijn grote opluchting hoorde ik een rustige stem naast me: “Kom maar tegen me aan liggen.” Het was een wat gezette, maar lieve vrouw die ook had geschuild onder de tafel. Zonder aarzelen kroop ik tegen haar aan, wetende dat ik aan haar zijde veilig was.

Echter, mijn portemonnee met best veel geld stak uit en een van de overvallers stond er met zijn voet tegenaan. Ik hield mijn adem in, in de hoop dat de dief mijn portemonnee niet zou doorzoeken. Gelukkig ging de overvaller voor de geldbunker die in de tafel zat, niet wetende dat die net was geleegd en de portemonnee een betere optie zou zijn. Een van de andere overvallers pakte in de tussentijd het horloge van collega Alfred, die nog stoer riep: doe eens rustig man.

De ontroostbare vrouw van de baas

De overvallers plunderden de kassa waar de vrouw van de Duitse baas haar dagopbrengst bewaarde. Zowel het geld als de waardevolle spullen werden meedogenloos weggenomen. De vrouw kon haar tranen en schreeuwen niet bedwingen.

Toen de overvallers waren verdwenen kwam een lieve Turkse speler naar voren om de ontroostbare vrouw te troosten. Hij sprak rustgevende woorden en probeerde haar te kalmeren te midden van de chaos. Maar net op dat moment kwam de baas de ruimte binnenstormen, woedend en verontwaardigd. Hij schreeuwde: “Blijf van mijn vrouw af!” en probeerde de troostende Turkse man aan te vliegen.

Er ontstond nog meer commotie in het casino. Mensen schreeuwden, riepen en probeerden de baas te kalmeren. Uiteindelijk werd hij door een paar collega’s weggehouden van de Turkse speler, die geen kwaad in de zin had gehad.

Na de overval was de sfeer in het casino gespannen en beladen. Ik realiseerde zich dat ik genoeg had van de risico’s die gepaard gingen met mijn werk als croupier. Ik besloot om te stoppen bij de Golden Ten. Ik nam afscheid van mijn collega’s en ging een andere baan zoeken. Uiteindelijk kwam ik in de jeugdhulpverlening terecht. Omdat de verdiensten hier een stuk minder waren, heb ik toen ook een eigen casinoverhuurbedrijf opgericht.

Ook interessant