Ik loop inmiddels ruim veertig jaar rond in de wereld van kansspelen. Ik heb kleine speelhallen bezocht, grote casino’s gezien, blackjacktoernooien gespeeld en zelfs geprobeerd om in 24 uur zoveel mogelijk casino’s binnen te stappen. Toch is de grootste verandering niet ontstaan op een casinovloer, maar op het scherm dat bijna iedereen de hele dag bij zich draagt. Het online casino zit tegenwoordig gewoon in je broekzak.
Dat klinkt gemakkelijk en modern, maar juist die eenvoud maakt de discussie ingewikkeld. Nederland wilde met de legalisering van online gokken een veilige, controleerbare markt creëren. Spelers zouden niet langer hoeven uitwijken naar schimmige buitenlandse websites. Er kwamen vergunningen, toezicht, Cruks, speellimieten en regels voor reclame en spelersbescherming. Dat was volgens mij ook de juiste richting. Alleen dreigt Nederland inmiddels door te schieten.
De cijfers vertellen twee verhalen
De legale Nederlandse online gokmarkt groeit niet meer. In de tweede helft van 2025 bedroeg het bruto spelresultaat – de inzetten minus de uitgekeerde prijzen – ongeveer 602 miljoen euro. Dat was vrijwel gelijk aan de eerste helft van dat jaar, maar ongeveer achttien procent lager dan in 2024. Naar schatting speelden ongeveer 500.000 Nederlanders per maand online bij een legale aanbieder. Opvallender vind ik een ander cijfer. Ongeveer 91 procent van de online spelers speelt uitsluitend bij legale aanbieders. Kijk je echter niet naar het aantal mensen, maar naar het geld dat wordt vergokt, dan komt volgens de Kansspelautoriteit nog maar 53 procent bij de legale markt terecht. Dat is een enorm verschil!
Het betekent waarschijnlijk dat de meeste recreatieve spelers netjes binnen de Nederlandse vergunningmarkt blijven, maar dat juist een kleinere groep met hogere inzetten gemakkelijker de weg naar illegale casino’s vindt. En daar gelden geen Nederlandse stortingsgrenzen, geen Cruks-controle en vaak nauwelijks zichtbare bescherming.
Beschermen is goed, maar de speler verdwijnt niet
Sinds oktober 2024 moeten online casino’s een draagkrachttoets uitvoeren wanneer een speler van 24 jaar of ouder netto meer dan 700 euro per maand wil storten. Voor jongvolwassenen ligt die grens op 300 euro. In de praktijk betekent dit dat een speler inkomensgegevens moet delen voordat een hogere limiet mogelijk wordt. Ik begrijp de gedachte daarachter. Wie geld vergokt dat nodig is voor de huur, boodschappen of energierekening, heeft geen entertainment probleem maar een serieus financieel probleem. Een legale aanbieder moet niet wegkijken wanneer iemand de controle verliest.
Maar er zit ook een ongemakkelijke kant aan. Een speler die zich gecontroleerd, betutteld of geblokkeerd voelt, stopt niet automatisch met gokken. Een deel zoekt simpelweg een website waar geen vragen worden gesteld. Die overstap is tegenwoordig binnen enkele minuten gemaakt. Daarom kun je een gokmarkt niet alleen veiliger maken door steeds meer hekken om het legale aanbod te plaatsen. Je moet er ook voor zorgen dat spelers binnen die hekken wíllen blijven.
Geen bonussen en reclame meer?
Het kabinet kondigde in juni 2026 nieuwe plannen aan: een volledig reclameverbod voor online gokken, een verbod op bonussen, een overkoepelende stortingslimiet voor alle aanbieders samen en mogelijk zelfs een beperking van het aantal vergunninghouders. Deze plannen moeten nog verder in wetgeving worden uitgewerkt. Ook hier begrijp ik het doel. We hoeven niet terug naar de eerste maanden na de opening van de markt, toen gokreclames bijna overal opdoken. Bekende Nederlanders vertelden ons op televisie waar we moesten spelen en ieder sportblok leek te worden onderbroken door een nieuwe bonusactie. Dat was te veel en heeft de sector geen goed gedaan.
Maar een totaalverbod heeft ook gevolgen. Hoe moet een nieuwe of kleinere legale aanbieder zich straks nog onderscheiden? Hoe weet een speler welke website een Nederlandse vergunning heeft? En hoe kan de legale markt concurreren met illegale partijen die zich niets aantrekken van Nederlandse regels? Een bonus is bovendien niet automatisch verkeerd. Een onduidelijke bonus met lastige voorwaarden kan spelers misleiden, maar een transparante promotie kan ook gewoon onderdeel zijn van een recreatief product. Het probleem zit wat mij betreft vaker in de uitvoering dan in het bestaan van de bonus zelf.
De belastingparadox
Daar komt de kansspelbelasting nog bovenop. Het tarief steeg van 30,5 procent naar 34,2 procent in 2025 en naar 37,8 procent in 2026. Het doel was meer inkomsten voor de overheid, maar de opbrengst bleef fors achter bij de verwachting.
Dat verbaast mij niet. Je kunt een markt niet onbeperkt belasten, beperken en afsluiten en vervolgens verwachten dat dezelfde omzet en belastingopbrengsten blijven bestaan. Aanbieders besparen op personeel, marketing en spelaanbod, keren mogelijk minder aantrekkelijke prijzen uit of besluiten dat Nederland commercieel niet meer interessant is. Uiteindelijk betaalt niet alleen het casino die rekening. Ook de speler merkt het.
Mijn ideale Nederlandse gokmarkt
Na al die jaren in casino’s geloof ik nog steeds dat gokken een prachtige vorm van entertainment kan zijn. De spanning van een kaart, een draai aan het roulettewiel of een klein slottoernooi kan mensen plezier, verhalen en verbinding geven. Maar alleen als het geld dat wordt ingezet ook echt gemist kan worden. Mijn ideale online gokmarkt is daarom niet de vrijste markt en ook niet de strengste markt. Het is een markt waarin betrouwbare aanbieders een eerlijke kans krijgen, spelers duidelijke informatie ontvangen en ingrijpen snel gebeurt wanneer gedrag uit de hand loopt.
Tegelijkertijd moet de overheid beseffen dat een legale vergunning alleen bescherming biedt wanneer spelers daadwerkelijk bij die legale aanbieder blijven spelen. De Nederlandse gokmarkt staat in 2026 op een kruispunt. We kunnen kiezen voor regels die vooral op papier streng en veilig lijken. Of we kunnen een markt bouwen die spelers in de praktijk beschermt en aantrekkelijk genoeg blijft om het illegale aanbod buiten de deur te houden.
Dat tweede is moeilijker. Maar na veertig jaar gokken weet ik één ding zeker: een speler laat zich niet leiden door alleen een verbod of een waarschuwende vinger. Je moet hem ook een eerlijk, veilig en aantrekkelijk alternatief bieden.




