De omgeving waarin jongeren opgroeien, speelt een belangrijke rol bij hun gokgedrag. Uit onderzoek van het Trimbos-instituut, uitgevoerd in opdracht van de Kansspelautoriteit (Ksa), blijkt dat onder meer ouderlijk toezicht, pesten, schoolervaringen en sociale media samenhangen met de kans dat minderjarigen gokken. Ook de relatie tussen sport en gokken vraagt volgens de onderzoekers om extra aandacht.
Eén op de tien jongeren speelt online gokspellen
Voor het onderzoek analyseerde het Trimbos-instituut bestaande wetenschappelijke literatuur en gegevens uit de Gezondheidsmonitor Jeugd 2023. Daarbij werd gekeken naar jongeren uit de GGD-regio’s Rotterdam-Rijnmond en Noord- en Oost-Gelderland.
In beide regio’s gaf ongeveer 10% van de ondervraagde jongeren aan in de voorafgaande zes maanden een online gokspel te hebben gespeeld. Daarbij maakten de onderzoekers geen onderscheid tussen gokspellen waarbij echt geld wordt ingezet en spellen zonder geldinzet.
Het onderzoek richtte zich op vijf onderdelen van de leefomgeving: gezin, vrienden, school, vrije tijd en de bredere gokomgeving. Binnen deze gebieden werd onderzocht welke omstandigheden samenhangen met een grotere of juist kleinere kans op gokgedrag.
Ouderlijk toezicht hangt samen met minder gokken
Een opvallende uitkomst is het verband tussen ouderlijk toezicht en online gokgedrag. Jongeren van wie ouders doorgaans weten waar zij zijn, blijken aanzienlijk minder vaak online gokspellen te spelen.
In beide onderzochte regio’s ging het om 8% van deze jongeren. Wanneer ouders niet of nauwelijks wisten waar hun kinderen verbleven, lagen de percentages aanzienlijk hoger.
| Ouderlijk toezicht | Rotterdam-Rijnmond | Noord- en Oost-Gelderland |
|---|---|---|
| Ouders weten meestal of altijd waar hun kind is | 8% | 8% |
| Ouders weten dit weinig of niet | 18% | 20% |
Ook de houding van ouders tegenover gokken blijkt relevant. Uit de literatuurstudie komt naar voren dat jongeren vaker gokken wanneer hun ouders zelf deelnemen aan kansspelen of positief tegenover gokken staan.
De onderzoekers benadrukken daarmee het belang van de thuissituatie bij het voorkomen van risicovol gokgedrag.
Gepeste jongeren gokken vaker online
Naast de gezinssituatie blijkt ook het sociale welzijn van jongeren samen te hangen met gokken. Vooral bij jongeren die online worden gepest, liggen de percentages hoger.
In Rotterdam-Rijnmond had 23% van de jongeren die online waren gepest een online gokspel gespeeld. Bij jongeren zonder dergelijke pestervaringen was dat 8%.
In Noord- en Oost-Gelderland bedroegen deze percentages respectievelijk 18% en 9%.
Ook de schoolomgeving speelt een rol. Jongeren die zich regelmatig vervelen op school of weinig plezier beleven aan hun schooltijd, rapporteren vaker gokgedrag. Een positieve relatie tussen leerlingen en docenten hangt daarentegen samen met minder deelname aan online gokspellen.
Waarom sporten en gokken met elkaar samenhangen
Een andere opvallende bevinding betreft sport. Jongeren die minimaal vier dagen per week sporten, blijken vaker online gokspellen te spelen dan leeftijdsgenoten die minder vaak sporten.
Dat is opmerkelijk, omdat georganiseerde vrijetijdsbesteding doorgaans juist wordt gezien als een mogelijke beschermende factor tegen risicogedrag.
Volgens Trimbos-onderzoeker Anouk Tuijnman verdient vooral de verwevenheid tussen sport en gokken aandacht. Denk bijvoorbeeld aan de zichtbaarheid van sportweddenschappen, gokgerelateerde berichten en de manier waarop gokken onderdeel kan worden van gesprekken over sportwedstrijden.
Het onderzoek toont overigens niet aan dat sporten zelf leidt tot meer gokgedrag. Er is uitsluitend sprake van een statistisch verband.
Sociale media vergroten blootstelling aan gokken
Ook sociale media vormen een belangrijk aandachtspunt. Via platforms, livestreams en influencers kunnen jongeren regelmatig worden geconfronteerd met gokgerelateerde inhoud.
Dat gebeurt niet uitsluitend via traditionele advertenties. Ook video’s, memes en berichten waarin gokwinsten worden getoond, kunnen bijdragen aan de zichtbaarheid en normalisering van gokken.
Een meta-analyse waarnaar het Trimbos-instituut verwijst, laat zien dat jongeren die regelmatig sociale media gebruiken bijna drie keer zoveel kans hebben om te gokken als jongeren die deze platforms nauwelijks gebruiken.
Daarnaast besteden de onderzoekers aandacht aan digitale spelvormen waarbij de grens tussen gamen en gokken vervaagt. Voorbeelden hiervan zijn:
- Loot boxes: digitale verrassingspakketten waarbij spelers vooraf niet weten welke virtuele beloning zij ontvangen.
- Social casino games: spellen die traditionele casinospellen nabootsen, doorgaans zonder directe geldprijzen.
- Skin betting: weddenschappen waarbij virtuele voorwerpen uit computerspellen als inzet worden gebruikt.
Deze spelvormen kunnen jongeren al op jonge leeftijd in aanraking brengen met mechanismen die vergelijkbaar zijn met gokken.
Kansspelautoriteit onderzoekt mogelijkheden voor preventie
De resultaten sluiten aan bij eerdere signalen van de Kansspelautoriteit dat minderjarigen soms via hun directe omgeving toegang krijgen tot kansspelen.
Zo komt het voor dat ouders krasloten kopen voor hun kinderen of dat jongeren gebruikmaken van een online gokaccount van een familielid of bekende.
In Nederland geldt voor deelname aan vergunde kansspelen een minimumleeftijd van 18 jaar. Vergunde online kansspelaanbieders zijn verplicht de leeftijd en identiteit van spelers te controleren.
Het nieuwe Trimbos-onderzoek maakt deel uit van een bredere verkenning naar de inzet van Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO). Bij deze preventieaanpak werken gemeenten, scholen, ouders en gezondheidsorganisaties samen aan een gezonde en veilige leefomgeving voor jongeren.
Meer aandacht voor ouders, scholen en sportverenigingen
Het Trimbos-instituut ziet verschillende mogelijkheden om gokgedrag onder minderjarigen tegen te gaan. Zo kunnen ouders beter worden geïnformeerd over gokrisico’s, kunnen scholen aandacht besteden aan de gevolgen van gokken en kunnen sportverenigingen bijdragen aan een omgeving waarin gokken minder zichtbaar is.
Tegelijkertijd plaatsen de onderzoekers een belangrijke kanttekening bij hun bevindingen. Het onderzoek laat verbanden zien, maar bewijst niet dat de onderzochte omgevingsfactoren rechtstreeks gokgedrag veroorzaken. Ook is nog niet aangetoond dat de voorgestelde preventiemaatregelen daadwerkelijk leiden tot minder gokken onder jongeren.
Het rapport biedt daarmee vooral aanknopingspunten voor vervolgonderzoek en de ontwikkeling van preventiebeleid.




